Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 december 1990
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 27 december 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 december 1990, ECLI:NL:PHR:1990:3.
Het vereiste van ‘fair hearing’ in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM ziet stellig ook op de toelaatbaarheid van bewijs (zie Pront-Van Bommel t.a.p. met een verwijzing naar Scheltens in zijn noot BNB 1986/29), maar men leide hieruit niet af dat het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs onder alle omstandigheden indruist tegen het in artikel 6 lid 1 EVRM gegarandeerde recht op een fair proces (vgl. EHRM 12 juli 1988, NJ 1988, 851 m.nt. Alkema).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3d2f0f02b8d108fa2fe540d824056db970704834d4e58beec454fdbd0a94f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3d2f0f02b8d108fa2fe540d824056db970704834d4e58beec454fdbd0a94f77, en de alinea staat in dat document op bytes 15478 tot 15944.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3d2f0f02b8d108fa2fe540d824056db970704834d4e58beec454fdbd0a94f77 | shasum -a 256