Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1990
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1990, ECLI:NL:PHR:1990:4.
"Bij vennootschappen die zich bezighouden met het inlenen van gelden en doorlenen aan verbonden ondernemingen is de vraag van belang wat als arm's length beloning kan gelden. Voor het optreden als tussenschakel bij financieringen in concernverband kan een beloning van 1/8 procent van de opgenomen gelden in beginsel worden beschouwd als een beloning at arm's length, mits de vennootschap daarbij geen debiteuren- of valutarisico loopt. Draagt de vennootschap die wel, dan is een hogere beloning op zijn plaats" (t.a.p. blz. 4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23d85bbae748bb36898d1ec3d6c4313921b8175f1a2606c0a414b308db1e97b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23d85bbae748bb36898d1ec3d6c4313921b8175f1a2606c0a414b308db1e97b8, en de alinea staat in dat document op bytes 18761 tot 19315.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23d85bbae748bb36898d1ec3d6c4313921b8175f1a2606c0a414b308db1e97b8 | shasum -a 256