Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC0791.

1.1 Bij verzoekschrift, ingekomen op 25 augustus 1983, heeft eiseres tot cassatie [eiseres] gevorderd verweerster [verweerster] te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒl. 7.165,59 terzake van loon met wettelijke verhoging, enz. over de periode van 1 juni 1983 tot 1 augustus 1983 en doorbetaling van loon c.a. vanaf 1 augustus 1983 tot de datum van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daartoe heeft zij gesteld dat zij op 27 januari 1975 voor onbepaalde tijd als inpakster in dienst was getreden van (de rechtsvoorgangster van) [verweerster], dat laatstgenoemde op 31 maart 1983, met toestemming van de directeur G.A.B., de dienstbetrekking heeft beëindigd tegen 1 juni 1983, maar dat zij op het tijdstip van de opzegging zwanger was, althans geacht moet worden zwanger te zijn geweest, zodat de opzegging ingevolge art. 1639h lid 4 BW nietig was. Op verzoek van [verweerster] heeft [eiseres] haar een verklaring van haar huisarts dd. 3 juni 1983 gezonden, inhoudend: ‘’L.M. 15 maart a terme 22 december bevallingsdatum ±’’. [eiseres] is op 24 december 1983 bevallen (zie p. 3 van het bestreden vonnis van de rechtbank dd. 19 mei 1988).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919, en de alinea staat in dat document op bytes 4660 tot 5893.