Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC0791.
3.1 De rechtbank heeft beslist dat de strekking van art. 1639h lid 4 BW er niet aan in de weg stond om [eiseres] ontslagbescherming te onthouden, en wel op grond van haar opvatting omtrent de in die bepaling genoemde medische verklaring. Uit r.o. 5.1 (zie boven sub 1.3) kan men, naar ik meen, afleiden dat de rechtbank van oordeel was: ( 1 ) dat op de werkneemster rust de bewijslast (zie sub (c): ‘’het ligt op haar weg’’) en daarmee het bewijsrisico (sub (e): ‘’het achterwege laten’’ van informatie ‘’komt geheel voor haar rekening’’) van het begin van haar zwangerschap, ( 2 ) dat dit bewijs moet worden geleverd door een medische verklaring, welke niet uitsluitend mag berusten op mededelingen van de vrouw zelf, maar (zie sub (c) en (d): a: objectieve gegevens moet bevatten omtrent b: het juiste tijdstip waarop de zwangerschap een aanvang heeft genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919, en de alinea staat in dat document op bytes 13347 tot 14364.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919 | shasum -a 256