Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC0791.
3.6 De wetgever wenste de vrouw tegen ontslag te beschermen gedurende de gehele zwangerschap (ontwerp 12 403 MvA p. 6 rk.), maar heeft er blijkbaar niet aan gedacht dat het tijdstip van het begin ervan wel eens van belang zou kunnen zijn; een regeling hiervan (bijv. met behulp van ficties) is achterwege gebleven. In deze leemte zal Uw Raad thans moeten voorzien. De raadsman van [eiseres] heeft gewezen op een uitspraak van het Bundesarbeitsgericht in de BRD, waarbij op gronden van rechtszekerheid en bescherming van het moederschap het begin van de zwangerschap werd vastgesteld door uit te gaan van de in de verklaring van arts of verloskundige genoemde vermoedelijke datum van de bevalling en dan 280 dagen terug te rekenen (BAG 27 oktober 1983 NZA 1985, p. 222/223, zie G. Schaub, Arbeitsrechtshandbuch, 1987, p. 1094). Het ontwerpen van een op ficties gegronde regeling lijkt mij echter meer op de weg van de wetgever dan van de rechter te liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919, en de alinea staat in dat document op bytes 18621 tot 19673.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919 | shasum -a 256