Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC0791.

3.8 Gezien al het bovenstaande ligt het, dunkt mij, voor de hand in een geval als het onderhavige het voordeel van de twijfel eerder aan de werkneemster dan aan de werkgever te gunnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919, en de alinea staat in dat document op bytes 20282 tot 20525.