Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC0791.

4.1 Niet aldus echter de rechtbank in het bestreden vonnis. Met onderdeel 1 van het middel kan ik in zoverre meegaan dat achteraf bezien — en de rechtbank oordeelde achteraf — niet goed is te begrijpen waarom de rechtbank geen waarde wenste te hechten aan de verklaring van de arts, die een half jaar van tevoren de datum van de bevalling op twee dagen nauwkeurig kon voorspellen. Daar het m.i. niet de taak is van de rechter ficties vast te stellen om daarop zijn beslissing te gronden, acht ik dit onderdeel ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919, en de alinea staat in dat document op bytes 20574 tot 21195.