Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC0791.

4.4 Voorts was de rechtbank, gezien het boven sub 1.3 onder (d) en (f) vermelde, blijkbaar de mening toegedaan dat het de rechter vrij staat een medische verklaring te gaan interpreteren zoals een willekeurige getuigeverklaring. Mij dunkt echter dat het niet aan de rechter is om zich te begeven in de vraag op welke wijze en met behulp van welke gegevens de medicus tot zijn, in die verklaring neergelegd, oordeel is gekomen; hij behoort zich van het uitleggen van zo'n medische verklaring, anders dan door middel van een deskundigenbericht, te onthouden. Dit heeft dan meteen het voordeel dat de intieme persoonlijke gegevens die de werkneemster als patiente aan haar huisarts had meegedeeld, niet via het vonnis gemeengoed van een ieder worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261fc5a3dd62e437373261a47c3512abd5834c3cb1d94f6f6c611251fb29f919, en de alinea staat in dat document op bytes 22378 tot 23184.