Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.
De schriftelijke toelichting doet daartoe een beroep op art. 1316 Arubaans BW (= art. 1335 BW). Deze bepaling geeft erfgenamen de bevoegdheid over te gaan tot inning voor hun deel van schuldvorderingen van de boedel; bij de scheiding en deling wordt het door hen geïnde bedrag dan verrekend. De toelichting betoogt nu dat iets soortgelijks moet gelden wanneer niet schuldvorderingen aanwezig zijn maar de boedel zelf over fondsen beschikt. Deze analogie loopt evenwel scheef, omdat art. 1335 juist niet de verhouding tussen deelgerechtigden tot inzet heeft, maar die tussen schuldeiser en schuldenaar: Klaassen-Eggens-Luijten II p. 318. De bepaling betekent ook niet dat de erfgenaam zou kunnen overgaan tot cessie van zijn portie in een tot de boedel behorende vordering: Pitlo-van der Burght p. 383.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 51990 tot 52805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3 | shasum -a 256