Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.

2. Het eerste van de beide gedingen werd aangespannen toen [eisers] te weten kwamen dat [verweerster] in mei 1984 een bedrag van $ 684.951,81 had opgenomen van bankrekeningen die in Miami ten name van de erflater waren geopend. Zij hebben toen met rechterlijk verlof conservatoir derdenbeslag doen leggen onder een Arubaanse levensverzekeringsmaatschappij op rechten uit een tweetal verzekeringsovereenkomsten, met als verzekerde de erflater en als begunstigde [verweerster] , resp. [verweerster] en de drie minderjarige kinderen. Voor het gerecht van eerste aanleg vorderden [eisers] vanwaardeverklaring van dat beslag, alsmede veroordeling van [verweerster] om het genoemde bedrag terug te storten in de boedel door overmaking aan de boedelnotaris te Oranjestad, Aruba.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 6582 tot 7366.