Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.

Aan de steller van het middel kan worden toegegeven dat herroepelijke toezeggingen ter zake des doods gezien plegen te worden als uiterste wilsbeschikkingen in materiële zin, zodat zij de testamentsvorm moeten respecteren. Zie Klaassen-Eggens-Luijten II (10e dr. 1989) p. 42 e.v .; Pitlo-van der Burght (7e dr. 1987) p. 54 e.v. Nergens blijkt evenwel dat het hof zich daarvan niet bewust is geweest. Het heeft de joint accounts met "right of survivorship" naar Antilliaans/Arubaans recht gezien als verblijvensbeding; die transpositie wordt door het middel op zichzelf niet bestreden. Men moet echter aannemen dat een verblijvensbeding tussen de contractspartners in het algemeen juist niet herroepelijk is; zie Kleijn, De boedelscheiding (Arnhem 1969) p. 67. In dezelfde zin: Cohen Henriquez WPNR 5532; K. Wiersma in Opstellen-Beekhuis (Deventer 1969) p. 329, met name p. 331-334; en - zeer principieel - Buining in Opstellen-De Bruijn (Deventer 1966) p. 41, met name p. 42-43. Nu uit de stukken niet blijkt van bijzondere omstandigheden, hoefde het hof zijn oordeel ook niet nader te motiveren. Dat de inrichting van banktegoeden in het algemeen herroepelijk is, zoals [eisers] stellen, doet daarbij niet ter zake, omdat die

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 14480 tot 15720.