Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.

Het is echter juist - en daarover klagen het derde en het zesde onderdeel terecht - dat de omstandigheden die door het hof naar voren worden gehaald wel erg mager aandoen in verhouding tot alles wat uit de gedingstukken blijkt: niet alleen wordt geen enkele aandacht besteed aan de pensioen- en wezenverzekeringen, maar ook de omvang van het nagelaten kapitaal, met inbegrip van het aandeel in twee vennootschappen en in een vijftal percelen onroerend goed, alsmede behuizing, mogelijk eigen inkomen en leefpatroon van de langstlevende blijven geheel buiten de afweging. Voor de omvang van de verzorgingsplicht zijn juist deze faktoren van groot belang: zie Pitlo- van der Burght p. 120-121; B. Wessels, Natuurlijke verbintenissen (Zwolle 1988) p. 326-327. Het hof had alle relevante omstandigheden dienen na te gaan om aan de hand daarvan een beslissing te nemen over het bestaan van een verzorgingsplicht en over de omvang daarvan. Alleen met kennis van die omstandigheden valt nl. te beoordelen of zich niet het geval voordoet dat de morele verplichting van de man "in geen verhouding staat" tot de door hem ten gunste van de vrouw bewerkstelligde vermogensverschuiving; zie HR 25 mei 1984 RvdW 110.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 18758 tot 19973.