Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.

b. Het achtste onderdeel betreft een heel ander probleem, nl. de verlaging van het maximum van de te verbeuren dwangsommen. Dat probleem zou niet "middels een grief" aan het oordeel van het hof zijn onderworpen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag: de memorie van grieven valt het vonnis van het gerecht van eerste aanleg op alle fronten aan en het onderwerpt daarmee in volle omvang het geschil aan het oordeel van het hof. Te allen overvloede wijs ik er nog op dat naar vaste rechtspraak art. 611a (oud) Rv., zoals thans nog geldend in de Nederlandse Antillen en Aruba, de rechter de vrijheid laat de hoogte van de dwangsom te bepalen: zie Van Rossem-Cleveringa II (4e dr. 1972) aantek. 4 op art. 6lla. Zie ook HR 4 november 1988 NJ 1989 no. 244; Hugenholtz-Heemskerk (15e dr. 1988) no. 315.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 20599 tot 21409.