Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.

Op de prealabele vraag of de trusts naar het recht van Florida wel geldig tot stand zijn gebracht, gaat het hof in het tussenvs. niet in; maar deze vraag duikt op enigszins onverwachte wijze wel op in het eindvs. Het hof formuleert nl. eerst een erkenningsregel, die het in hoofdzaak, doch niet uitsluitend, baseert op het Haagse trustverdrag (Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts, Trb. 1985, 141; Engelse en Franse tekst ook in Actes et Documents II p. 361); het leidt daaruit af dat de rechter, in een geval als dit, zal hebben na te gaan of een trust beantwoordt aan de daaraan in dat verdrag gegeven kenmerken (tussenvs. r.o. 7.3 al. 4). [verweerster] wordt dan in de gelegenheid gesteld gegevens en bewijsstukken met betrekking tot de trustaccounts in het geding te brengen. In het eindvs. overweegt het hof dat het trustverdrag, volgens zijn art. 3, slechts toepassing vindt op "trusts waarvan schriftelijk bewijs bestaat", en dat [verweerster] dit bewijs niet heeft geleverd (eindvs., r.o. 2.4). Daarnaast wordt echter gesteld dat naar het recht van Florida sommige trusts slechts geldig zijn wanneer daarvan schriftelijk blijkt (r.o. 2.3); [verweerster] zou daarom ook niet aannemelijk hebben gemaakt dat de trusts overeenkomstig het recht van Florida gevolg kunnen hebben (r.o. 2.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 24753 tot 26110.