Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.
Deze bewoordingen doen duidelijk blijken dat de bepaling betrekking heeft op de rechten die de beneficiaries in geval van overlijden van de trustee geldend kunnen maken tegenover de bankinstelling waar het trustkapitaal is gedeponeerd; zij heeft niet te maken met het probleem wat bij de vestiging van de trust (door de "settlor") moet gebeuren of hoe het bestaan van de trust tegenover derden aannemelijk moet worden gemaakt. De gevolgtrekking die het hof uit deze bepaling haalt voor de rechten van de trustee (i.c. [verweerster] ) tegenover derden (i.c. [eisers] ) is daarom onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 29893 tot 30499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3 | shasum -a 256