Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.
b. In de tweede plaats valt vast te stellen dat er elementen in ons rechtsstelsel te vinden zijn die uitgaan van de erkenning van trusts, geldig totstandgekomen in een common law land. Dat is met name het geval met het EEX-verdrag, na de wijzigingen die het heeft ondergaan door de toetredingsconventie van 1978, inwerkinggetreden tussen de vroegere verdragsstaten (de "oude Zes") op 1 november 1986. Art. 5 onder 6 van het gewijzigde verdrag bepaalt dat de oprichter, trustee of begunstigde van een trust ("settlor, trustee or beneficiary" in de Engelse tekst) ter zake van die trust kan worden gedaagd voor de gerechten van de verdragsstaat op welks grondgebied de trust is gevestigd. Die bepaling gaat implicite uit van de erkenning van de trustfiguur; zie ook art. 17 al. 2-3 van het verdrag. Misschien moet men een stapje verder gaan en in de aanwijzing van het forum tevens de vingerwijzing zien dat de toepasselijke wet die van de staat van vestiging is. Dit laatste punt maakt echter geen deel uit van de in cassatie opgeworpen problemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 38485 tot 39544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3 | shasum -a 256