Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.
18. Is nu, bij deze kijk op de grondslag van de erkenningsregel, nog plaats voor de eis dat bij geschrifte van het bestaan van de trust blijkt? Het antwoord op deze vraag luidt m.i. bevestigend. Het schriftelijk bewijs wordt niet alleen door het trustverdrag verlangd maar ook door het EEX-verdrag: art. 5 onder 6 spreekt van een "trust die in het leven is geroepen op grond van de wet of bij geschrifte dan wel bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst". Bovendien zou de zekerheid van het rechtsverkeer in het gedrang kunnen komen wanneer de rechter tot erkenning van een afgescheiden vermogen zou moeten besluiten louter op grond van getuigenverklaringen over wat, soms lange tijd geleden, elders in de wereld is voorgevallen; met name voor de afwikkeling van nalatenschappen zou dat een te ongewisse grondslag zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 41132 tot 41978.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3 | shasum -a 256