Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1105.
Er zou allereerst gebleken zijn dat de boedelnotaris zonder machtiging van [verweerster] een groot voorschot uit de boedel aan [eisers] had uitgekeerd; dit bedrag zou teruggestort dienen te worden in de boedel. In de tweede plaats werd aan één van de partijen [eisers] , nl. [eiser 3] , verweten zich op slinkse wijze te hebben laten benoemen tot directeur van de Arubaanse bouwonderneming [A] , en in die kwaliteit doende te zijn de bedrijfsmiddelen van die onderneming te gelde te maken en de opbrengst daarvan uit te keren aan zichzelf en de andere partijen [eisers] In verband daarmee vorderde [verweerster] een verbod aan [eiser 3] om namens de onderneming verdere beschikkingshandelingen te verrichten zonder toestemming van de boedelnotaris, alsmede veroordeling van [eisers] om opgave te doen van de bedragen die zij van de onderneming hadden ontvangen, en om voortaan regelmatig zulke opgave te doen aan [verweerster] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3, en de alinea staat in dat document op bytes 46825 tot 47768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a820b02fd7b85d450376174cc9de50b70db4988b6b06141b98f77ec353b3 | shasum -a 256