Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1990

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AD1089.

3. In r.o. 2.2 heeft het hof beslist dat Otos zich onder de aldaar genoemde omstandigheden niet te goeder trouw op de contractuele vervaltermijn kan beroepen. Onderdeel 3 betoogt dat een (beroep op een) contractueel beding houdende een vervaltermijn (die verstreken is) niet vatbaar is voor toetsing aan de goede trouw. Dit standpunt is onjuist. Van elke tussen partijen geldende regel kan onder omstandigheden door redelijkheid en billijkheid de toepasselijkheid worden beperkt. Zie de artt. 6.1.1.2 en 6.5.3.1 (2 en 248 Boek 6), die ook het geldende recht weergeven. Vgl. Asser-Hartkamp II (1989) nrs. 300 e.v., 312 e.v. Dit geldt dus ook, en zelfs in de eerste plaats, voor contractuele bedingen. Wat vervalbedingen betreft zie men in deze zin m.i. reeds het bekende arrest HR 20 mei 1949, NJ 1950, 72 m.o. Ph.A.N.H. inzake Rederij Koppe, voorts Asser-Hartkamp I (1988) nr. 692. Voor het nieuwe recht wijs ik ten overvloede op de artt. 6.5.2A.3 onder g en 6.5.2A.4 onder h in verbinding met art. 6.5.2A.2a onder a (resp. artt. 236, 237 en 233 Boek 6), die bepaalde vervalbedingen vernietigbaar verklaren - overigens in het zich in casu niet voordoende geval van onredelijkheid naar de inhoud - en als wettelijke uitwerkingen van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid kunnen worden beschouwd; zie Asser-Hartkamp II nr. 358.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc6a8efcfaea6fd0ca8f9bf9efa153d02dadb2de050a6c2d42bb32dccd4ad6af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc6a8efcfaea6fd0ca8f9bf9efa153d02dadb2de050a6c2d42bb32dccd4ad6af, en de alinea staat in dat document op bytes 5389 tot 6819.