Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AD1139.
Het hof overweegt n.a.v. dit verweer dat uit de in de inleidende dagvaarding opgenomen telastelegging duidelijk is dat de steller daarvan beoogt de verdachte te verwijten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan opzettelijke grensoverschrijdende handel in hashish vanuit Nederland naar de Bondsrepubliek Duitsland. Aan de duidelijkheid van de telastelegging doet naar het oordeel van het hof niet af, dat — in de subsidiaire omschrijving van de omvang van deze handel — een term is gebruikt, zoals die ook voorkomt in het vierde lid van artikel 11 van de Opiumwet en waarvan de strekking is het opzettelijk handelen in strijd met de in artikel 3 sub B, C en D van die wet gegeven verboden straffeloos te laten indien het hoeveelheden van minder dan 30 gram betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c, en de alinea staat in dat document op bytes 10836 tot 11617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c | shasum -a 256