Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AD1139.
10.2. Voorts heeft verdachtes raadsman zich beroepen op de onrechtmatigheid van de bewijsverkrijging, voorzover bewijsmateriaal uit, danwel als rechtstreeks gevolg van het onrechtmatig afluisteren van telefoongesprekken is verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c, en de alinea staat in dat document op bytes 16215 tot 16461.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c | shasum -a 256