Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 1990, ECLI:NL:PHR:1990:AD1139.
10.5. De namens verdachte geformuleerde stelling dat het openbaar ministerie de plicht heeft een gerechtelijk vooronderzoek te vorderen, zodra uit een — in het kader van een ander gerechtelijk vooronderzoek toegepast — dwangmiddel (in casu ex artikel 125 g van het Wetboek van Strafvordering) verdenking tegen verdachte ontstaat, vindt naar 's hofs oordeel geen steun in de wet. Zodanige plicht zou naar 's hofs oordeel eerst ontstaan indien het openbaar ministerie op grond van die gerezen verdenking jegens die verdachte gebruik zou willen maken van dwangmiddelen waarvan slechts in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek sprake kan zijn. Het hof verwerpt derhalve genoemd verweer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c, en de alinea staat in dat document op bytes 17558 tot 18264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45fa4c4d46d3787f18d9b6fea43d8ef33458785b050ed381cd061fbc20b9dd1c | shasum -a 256