Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.
2) De curator vorderde betaling van het restant der facturen van 25 maart 1980, volgens zijn berekening ad ƒ 12.082,95, van het restant der facturen van 2 april 1980 ad ƒ 8.624,68, van de facturen van 8 april 1980 ad ƒ 45.717,71 en tenslotte van ƒ 35.000,-- bij wege van voorlopige raming voor het tijdvak van 7 april tot en met 11 april 1980. Hij voerde aan dat Bouwservice, onder camouflage van aannemingscontracten, aan [eiseres] arbeidskrachten ter beschikking heeft gesteld. De vordering van de curator was gebaseerd op vergoeding van de overeengekomen uurlonen van de ter beschikking gestelde arbeidskrachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 6297 tot 6930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345 | shasum -a 256