Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.
7) De onderdelen 4a en 4c . Onderdeel 4a stelt voorop dat het hof heeft vastgesteld dat [eiseres] is tekortgeschoten in een geobjectiveerde zorgverplichting: [eiseres] had behoren te begrijpen dat Bouwservice niet te goeder trouw handelde en dat er in casu van inlening van arbeidskrachten sprake was; en zij had zich ervan moeten overtuigen dat Bouwservice over vergunningen beschikte, bij gebreke waarvan zij zich bewust moet zijn geweest van de overtreding van het wettelijk verbod. Volgens het onderdeel zijn deze vaststellingen echter onvoldoende voor de conclusie dat er sprake is van een overeenkomst die uit hoofde van haar verboden strekking nietig is. Geobjectiveerde verwijtbaarheid is volgens het onderdeel niet voldoende; er zou sprake moeten zijn van concrete verwijtbaarheid, van een bedoeling gericht op met de wet onverenigbare gevolgen. Onderdeel 4c voegt daar nog een motiveringsklacht aan toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 13699 tot 14663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345 | shasum -a 256