Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.
Naar mijn mening missen de klachten feitelijke grondslag in het bestreden arrest. Van ‘’geobjectiveerde verwijtbaarheid’’ is in het arrest geen sprake. Het hof heeft (evenals de rechtbank) geoordeeld dat [eiseres] arbeidskrachten heeft ingeleend, d.w.z. daarop gerichte overeenkomsten heeft gesloten; zie met name de r.o. 3, 6 en 9. Voorts moet r.o. 9 (gelet op het verband met r.o. 6 van het eindvonnis) zo gelezen worden, dat het hof, uitgaande van [eiseres] 's plicht om zich ervan te overtuigen of Bouwservice over de vereiste vergunningen beschikte, zich bij gebreke daarvan bewust was van het feit dat zij zonder vergunning arbeidskrachten inleende en dat dus het wettelijk verbod werd overtreden. Hiervan uitgaande heeft het hof zonder schending van enige rechtsregel kunnen oordelen dat de overeenkomst nietig was; vgl. HR 11 mei 1951, NJ 1952, 128 m.o. Ph.A.N.H., en voorts o.m. Bloembergen, hierna geciteerd, Hofmann-Abas (1977), blz. 128 en 131 en Asser-Hartkamp II, nr. 252a.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 14669 tot 15754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345 | shasum -a 256