Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.

8) De on derdelen 2a en 2c . Onderdeel 2a stelt dat het in zijn algemeenheid niet juist is dat een partij bij een overeenkomst die wegens ongeoorloofde oorzaak nietig is, desondanks uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking danwel onverschuldigde betaling vergoeding van de waarde van de door haar verrichte prestaties mag vorderen; althans niet wanneer het gaat om nietigheid wegens ontduiking van een wettelijk verbod, en in het bijzonder niet wanneer de verboden strekking is beoogd door de partij die vergoeding vordert, daar deze voor eigen risico presteert. Onderdeel 2c voegt daaraan nog een motiveringsklacht toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 16559 tot 17385.