Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.
De klacht van onderdeel 2a vindt geen steun in het recht. In het algemeen kan hetgeen is gepresteerd ter uitvoering van een nietige overeenkomst als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd, terwijl de waarde moet worden vergoed van prestaties die naar hun aard niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Vgl. art. 1395 BW en art. 6:203 e.v. NBW, Hijma, Nietigheid en vernietigbaarheid van rechtshandelingen (1988), blz. 64 e.v., Asser-Hartkamp III, nrs. 315 e.v., 343 e.v. Voor een op de billijkheid gebaseerde uitzondering daarop (men denke aan de art. 1374 lid 3, 6:210 lid 1 en 211 lid 1) acht ik in deze zaak geen reden aanwezig. De schriftelijke toelichting zoekt een zodanige reden in de beslissing van het hof dat [eiseres] bepaalde posten niet op de vergoedingsvordering in mindering zou mogen brengen. Maar deze kwesties moeten los van elkaar worden bezien; ik kom op de verrekening in het navolgende nog terug. Als gevolg hiervan faalt ook onderdeel 2c.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 17391 tot 18367.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345 | shasum -a 256