Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.

9) Onderdeel 2b voert aan dat een vordering op grond van onverschuldigde betaling danwel ongerechtvaardigde verrijking ten hoogste het bedrag kan belopen van de waarde van de prestaties verminderd met de waarde van de door de ontvanger geleden nadelen. Ook deze klacht faalt naar mijn mening. Rechtbank en hof hebben de vordering van de curator toegewezen op grond van onverschuldigde betaling; het met de ongerechtvaardigde verrijking gelegde verband doet daaraan niet af. De toewijzing van een vordering uit onverschuldigde betaling is echter zowel naar huidig als naar nieuw recht in beginsel onafhankelijk van de vraag of en in hoeverre de ontvanger door de prestatie is verrijkt. Zie Asser-Hartkamp III nr. 316, met verdere gegevens, in het bijzonder HR 11 okt. 1985, NJ 1986, 322 m.o. M.S. en G. Het onderdeel beroept zich in dit verband nog op de redelijkheid en billijkheid, maar voor zover daarin mede een beroep op de omstandigheden van het geval besloten ligt en dit in cassatie nog aan de orde zou kunnen komen (in lagere instanties is een zodanig beroep niet gedaan), is zoals reeds in nr. 8 in fine opgemerkt, het daartoe aangevoerde m.i. onvoldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 18416 tot 19633.