Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.

10) De onderdelen 4b en 4c . Onderdeel 4b is gericht tegen 's hofs r.o. 11 en acht onjuist dat [eiseres] geen regres zou hebben op Bouwservice voor de aan de bedrijfsvereniging betaalde werknemersverzekeringspremies. Het onderdeel stelt dat degene die arbeidskrachten uitleent — in casu Bouwservice — primair inhoudings- en afdrachtplichtig is terzake van dergelijke premies, hetgeen rechtvaardigt dat op deze partij in het algemeen regres kan worden genomen door een wederpartij die deze premies op grond van artikel 16a Coördinatiewet Sociale Verzekering heeft betaald. Dit geldt, aldus het onderdeel, in ieder geval wanneer de uitlenende partij als niet te goeder trouw handelend kan worden aangemerkt. Onderdeel 4c voegt daaraan nog een motiveringsklacht toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 19682 tot 20577.