Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:PHR:1991:18.

12) Uit het bovenstaande blijkt dat de in nr. 10 genoemde klachten m.i. terecht worden voorgesteld. Zowel uit de gereleveerde wetsgeschiedenis van de Coördinatiewet Sociale Verzekering als uit de art. 1328 e.v. BW (die m.i. praktisch geheel overeenstemmen met de regeling van art. 6:10 e.v. NBW: zie Asser-Hartkamp I nr. 114 e.v.) vloeit voort dat de inlenende werkgever voor de betaalde premies in beginsel regres heeft op de uitlenende werkgever. Voor welk bedrag dit regres bestaat is, behalve van de hoogte van het betaalde bedrag, afhankelijk van de interne verhouding tussen die werkgevers. Het hof, beslissend als hierboven weergegeven, is ofwel uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, ofwel het heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtengang die heeft geleid tot de beslissing dat [eiseres] in het onderhavige geval in het geheel geen regres op Bouwservice kon uitoefenen. Nu op de voormelde punten nader feitelijk onderzoek is vereist, zal de zaak na vernietiging daartoe moeten worden verwezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a082eb2fec45d90aa42bfd77e6d93dfadd3e7de96c05e9746f8e9809b6e6345, en de alinea staat in dat document op bytes 25808 tot 26840.