Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 1992

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 1992, ECLI:NL:PHR:1992:23.

16. Al eerder is de vraag opgeworpen — om doorgaans bevestigend te worden beantwoord — of de bijzondere bescherming van kinderen tot 14 jaar niet ook behoort te worden toegekend aan andere extra kwetsbare groepen in het verkeer, met name invaliden en bejaarden. Zie de annotaties van Brunner onder HR 6 februari 1987, NJ 1988, 57 (onder 3), HR 8 december 1989, NJ 1990, 778 (onder 2), HR 1 juni 1990, NJ 1991, 720 (onder 1) en HR 31 mei 1991, NJ 1991, 721 (onder 3); de conclusies OM (A-G Hartkamp) voor HR 8 december 1989, NJ 1990, 778 (onder 5) en HR 1 juni 1990, NJ 1991, 720 (onder 8); Bouman, VR 1987, p. 88; Salomons, Beursbengel 1988, p. 312–313; Ubbink, Salomons-bundel, 1991, p. 59–63. In het genoemde arrest van 31 mei 1991 (Marbeth van Uitregt) wordt de kwestie door de Hoge Raad genoemd, maar in het midden gelaten (r.o. 3.5.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2253a2afae3bd18e9aa7b5484b01b6d77e467f721bc172d96689e9c4fc5b827a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2253a2afae3bd18e9aa7b5484b01b6d77e467f721bc172d96689e9c4fc5b827a, en de alinea staat in dat document op bytes 17373 tot 18234.