Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992, ECLI:NL:PHR:1992:25.

3) De onderhavige procedure betreft — zoals het Hof in r.o. 5.1 van het vonnis a quo in cassatie onbestreden vaststelt — dezelfde vraag, met dien verstande dat het thans gaat om het gehele bij Sunresorts in bezit zijnde gebied. De procedure is ingeleid met een verzoekschrift, ingediend namens [oorspronkelijke eiseres] (zelf afstammelinge van de dochter [betrokkene 4]) in haar hoedanigheid van cessionaris van een aantal erfgenamen van [de erflater], die — op een in cassatie niet meer van belang zijnde uitzondering na — in de eerste procedure geen partij waren. De vordering is gelijkluidend aan de vordering in de eerdere procedure, te weten — kort gezegd — een verklaring voor recht dat de terreinen in eigendom toebehoren aan de erfgenamen van [de erflater] en veroordeling van Sunresorts tot ontruiming en terbeschikkingstelling van de terreinen aan de gezamenlijke erfgenamen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca, en de alinea staat in dat document op bytes 8449 tot 9360.