Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992, ECLI:NL:PHR:1992:25.

Het Hof achtte het beroep van Sunresorts op het gewijsde wel gegrond. Het Hof was van oordeel dat de verwerping in het eerste geding van de door Sunresorts opgeworpen exceptio plurium litis consortium tot gevolg had dat het gewijsde niet alleen bindende kracht had jegens de in het eerste geding als partij optredende erfgenamen van [de erflater], maar ook jegens de buiten het geding gebleven andere erfgenamen, ten name van wie de toenmalige erfgenamen geacht moeten worden eveneens te zijn opgetreden op grond van het aan de rechtsfiguur van zaakwaarneming ten grondslag liggende rechtsbeginsel (r.o. 5.6). Voorts was het Hof van oordeel dat uit het feit dat de cedenten wel van het vorige geding op de hoogte waren, maar zich bewust daarbuiten hielden, volgde dat de erven [oorspronkelijke eiseres] door de in het gewijsde gegeven beslissing waren gebonden, althans dat het opnieuw instellen van de in het gewijsde afgewezen revindicatie bovendien strijdig was met de goede procesorde (r.o. 5.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca, en de alinea staat in dat document op bytes 10328 tot 11342.