Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992, ECLI:NL:PHR:1992:25.

Ten overvloede overwoog het Hof nog dat de drie door de erven [oorspronkelijke eiseres] in het principaal appel aangevoerde grieven ongegrond waren. De in het geding gebrachte stuitingsexploiten konden naar het oordeel van het Hof de verkrijgende verjaring niet stuiten. Voorts deelde het Hof het oordeel van de eerste rechter en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen dat Sunresorts zelf in 1977 en in 1987 door verjaring eigenares van de litigieuze terreinen was geworden. Het Hof voegde daar nog aan toe dat ook bij een verdergaande onderzoeksplicht dan de eerste rechter had aangenomen Sunresorts geacht moest worden het bezit te goeder trouw te zijn aangevangen (r.o. 5.8 t/m 5.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca, en de alinea staat in dat document op bytes 11348 tot 12056.