Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1992, ECLI:NL:PHR:1992:25.
De consequentie moet zijn dat het vonnis ook de andere deelgenoten bindt, omdat het onaanvaardbaar zou zijn dat, zoals in de onderhavige zaak, de bezitter telkens opnieuw lastig gevallen zou kunnen worden door een andere deelgenoot en omdat in redelijkheid niet kan worden aanvaard dat een uitspraak voor sommige deelgenoten wel, voor anderen niet bindend zou zijn. Kort gezegd: men moet bij de ondeelbare rechtsverhouding of de exceptio plurium accepteren, of aanvaarden dat het vonnis ook de niet procederende belanghebbenden bindt (evenzo gaat het in de door Veegens/Korthals Altes/Groen, Cassatie nr. 45, p. 85, en nr. 46, p. 87 genoemde situatie van het door een der strijdgenoten ingestelde beroep). Deze consequentie wordt dan ook — in het voetspoor van Schoordijk, Mede-eigendom, gemeenschap, rechtspersoonlijkheid (1983), p. 65 — getrokken in Parl. Gesch. Inv. Boek 3, p. 1283 e.v., waar wordt opgemerkt dat de revindicerende deelgenoot optreedt als formele procespartij ten behoeve van de gezamenlijke deelgenoten als materiële procespartij. Zij moet m.i. ook voor het oude recht worden aanvaard, terwijl er geen reden is om voor het Nederlands-Antilliaanse recht anders te oordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca, en de alinea staat in dat document op bytes 14804 tot 16016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d8b46ecce5375449963cc575515a4289cd8793159e54fb666cc92f1fe79bbca | shasum -a 256