Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 1992

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 29 april 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 1992, ECLI:NL:PHR:1992:32.

‘’Zoals de meeste door Nederland gesloten belastingverdragen bepaalt ook het verdrag met de UK dat van lichamen die voor de toepassing van het verdrag in een van de verdragstaten zijn gevestigd zonder een vaste inrichting in de andere staat te hebben, de winst ter belastingheffing wordt toegedeeld aan de woonstaat. Het grensambtenarenarrest (BNB 1980/170) heeft ons geleerd dat dit ook geldt indien dit nadelig is voor belastingplichtige. In het onderhavige geval zou het standpunt dat moeder en dochter apart subject zijn voor het verdrag hebben moeten leiden tot een gewonnen procedure voor de fiscus (...). Dat de Hoge Raad belastingplichtige toch in het gelijk stelt, kan slechts betekenen dat de HR de combinatie als subject voor het verdrag ziet'' (WFR 1989/5859, blz. 279).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74f2b79fb87bf317f2afbbf6d48e58c6315eda4e462e73aac5751b11f981bf9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74f2b79fb87bf317f2afbbf6d48e58c6315eda4e462e73aac5751b11f981bf9b, en de alinea staat in dat document op bytes 15074 tot 15873.