Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992, ECLI:NL:PHR:1992:49.

14. Of en in hoeverre de verborgen gebreken-regeling, neergelegd in de art. 1540 e.v. (oud) BW, een exclusief karakter heeft, is een vraag van oud recht. Onder het huidige recht is de verborgen gebreken-regeling immers komen te vervallen en bovendien heeft de wetgever buiten twijfel gesteld dat de voor die regeling in de plaats gekomen zogeheten conformiteitseis (art. 7:17 BW) niet exclusief werkt (art. 7:22 BW). De stand van het huidige recht geeft echter geen vrijbrief om in gevallen die, zoals het onderhavige, nog door het oude recht worden beheerst de verborgen gebreken-regeling dan maar geheel buiten het beeld te draaien. Dat zou immers neerkomen op het alsnog met terugwerkende kracht afschaffen van die regeling en dat strijdt met het toepasselijke overgangsrecht. Zie art. 196 lid 3 Overgangswet I (onmiddellijke werking) en daarover Vranken, WPNR nr. 6030 (1991), p. 911 onder 4. De stand van het huidige recht en de ontwikkelingen die hebben geleid tot de afschaffing van de verborgen gebreken-regeling (kort gezegd: de regeling beantwoordde niet meer aan haar oorspronkelijke strekking de koper een bijzondere bescherming te verlenen) zijn echter niet van ieder belang verstoken als het gaat om de afpaling van het geldingbereik en de exclusiviteit van de verborgen gebreken-regeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/603b7bd3d0a130909659ec6829b4b50e4e125568aea4d5c13783e92f44c70294. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 603b7bd3d0a130909659ec6829b4b50e4e125568aea4d5c13783e92f44c70294, en de alinea staat in dat document op bytes 14040 tot 15356.