Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992, ECLI:NL:PHR:1992:49.

20. Voor zover het subonderdeel betoogt - kennelijk in aansluiting op HR 7 mei 1982, NJ 1983, 509 - dat het hof zou hebben geoordeeld dat (de ernst van) het verwijt dat de gemeente van haar gedrag kan worden gemaakt deze belet een beroep te doen op de exoneratiebepalingen, mist het subonderdeel feitelijke grondslag. Blijkens de aangevallen rechtsoverweging heeft het hof niet geoordeeld dat de gemeente, door de ernst van hetgeen haar te verwijten valt, een beroep op de exoneratiebepalingen heeft verspeeld, maar dat die bepalingen niet betrekking hebben op de door de erven [A] gestelde aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/603b7bd3d0a130909659ec6829b4b50e4e125568aea4d5c13783e92f44c70294. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 603b7bd3d0a130909659ec6829b4b50e4e125568aea4d5c13783e92f44c70294, en de alinea staat in dat document op bytes 20306 tot 20954.