Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 1992, ECLI:NL:PHR:1992:49.

24. Uit de gedingstukken blijkt niet dat partijen uitvoerig hebben gedebatteerd over de uitleg van de bedoelde contractuele bepalingen. De gemeente stelde dat die bepalingen tot gevolg hebben dat koper geen enkel vorderingsrecht, hoe ook genaamd, tegen verkoper geldend kan maken. Zie conclusie van antwoord p. 2, 3e alinea; memorie van grieven p. 6, voorlaatste alinea; pleitaantekeningen in hoger beroep van mr. Visser p. 22. De erven [A] laten zich over de uitleg van de bedoelde contractsbepalingen niet expliciet uit, maar delen de uitleg van de gemeente kennelijk niet waar zij verdedigen dat die bepalingen in elk geval niet zien op aansprakelijkheid uit onrechtmatig handelen als thans aan de gemeente wordt verweten. Zie pleitnotities in eerste aanleg van mr. Boon p. 20-22; memorie van antwoord p. 13 onder G. Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk uit hetgeen partijen over en weer met betrekking tot de uitleg van de bedoelde contractuele bepalingen hebben gesteld opgemaakt dat partijen het over die uitleg niet eens waren. Het hof was onder deze omstandigheden dan ook vrij een eigen uitleg aan die bepalingen te geven en niet verplicht zich aan te sluiten bij de door een van beide partijen voorgestane uitleg. Subonderdeel 3.b is naar mijn mening dan ook tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/603b7bd3d0a130909659ec6829b4b50e4e125568aea4d5c13783e92f44c70294. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 603b7bd3d0a130909659ec6829b4b50e4e125568aea4d5c13783e92f44c70294, en de alinea staat in dat document op bytes 22542 tot 23857.