Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1993
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1993
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1993, ECLI:NL:PHR:1993:49.
Hierop stuit ook de klacht af inzake het niet toewijzen van de gevorderde "toekomstige schade". Blijkens de memorie van grieven (p. 20, bij grief XII) werd primair vergoeding van een geldbedrag gevorderd, maar zoals het hof terecht heeft beslist, dient de compensatoire rente ter vergoeding van die schade. Mede gelet op de wijze waarop het [eisers] subsidiair vergoeding in natura (uitkering van een aantal participaties ABN die het echtpaar gekocht zou hebben indien het de grond tijdig had kunnen verkopen) vorderde, was het hof, die deze vorm van schadevergoeding klaarblijkelijk mèt de rechtbank als niet passend beschouwde, m.i. niet gehouden die beslissing nader te motiveren dan het in r.o. 5 heeft gedaan. Verg. Asser- Hartkamp I, nr. 411, waar wordt verdedigd dat de wet (art. 6:103 BW, dat geacht kan worden ook het oude recht weer te geven) aan de rechter op dit punt geen zware motiveringsplicht oplegt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e128d80e0dae4de7ec55e3d2b495fccf350e6e5152ee4dcc68fa8ee7fd96896e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e128d80e0dae4de7ec55e3d2b495fccf350e6e5152ee4dcc68fa8ee7fd96896e, en de alinea staat in dat document op bytes 18313 tot 19243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e128d80e0dae4de7ec55e3d2b495fccf350e6e5152ee4dcc68fa8ee7fd96896e | shasum -a 256