Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1993

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1993

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1993, ECLI:NL:PHR:1993:49.

b) wat buitengerechtelijke kosten betreft: heeft geoordeeld, dat het [eisers] slechts aanspraak heeft op vergoeding van kosten die (mogelijk) zijn gemaakt terzake van andere verrichtingen dan die waarvoor de in de art. 56 en 57 bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Het hof heeft vervolgens overwogen dat [eiser 1] zowel in eerste instantie als in hoger beroep heeft nagelaten zulke andere verrichtingen te stellen en te specificeren. Nu [eiser 1] tegen laatstvermeld oordeel in cassatie niet opkomt, moet het middel falen, omdat 's hofs beslissingen juist zijn. Zie HR 3 april 1987, NJ 1988, 275 m.nt. C.J.H.B. Vgl. ook HR 17 nov. 1987, NJ 1990, 746 m.nt. J.B.M.V. (r.o. 3.4.4) en (over de toetsbaarheid in cassatie van het begrip "verrichtingen waarvoor de in art. 56 bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten") HR 9 febr. 1990, NJ 1991, 352.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e128d80e0dae4de7ec55e3d2b495fccf350e6e5152ee4dcc68fa8ee7fd96896e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e128d80e0dae4de7ec55e3d2b495fccf350e6e5152ee4dcc68fa8ee7fd96896e, en de alinea staat in dat document op bytes 26784 tot 27666.