Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 1993

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 1993

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 1993, ECLI:NL:PHR:1993:55.

15. Onderdeel 4 sub b bevat een variant op de onderdelen 2 en 3 en faalt mitsdien op dezelfde gronden. Wederom: het enkele feit dat achteraf gezien sprake is van een onjuiste beoordeling, betekent nog niet eo ipso civielrechtelijke aansprakelijkheid (in casu: dat de advocaat geen recht meer heeft op honorarium en reeds voldane voorschotten als onverschuldigd betaald moet teruggeven). De onjuiste beoordeling moet het gevolg zijn van een toerekenbare tekortkoming en daarover moet de rechter zich eerst een oordeel vormen alvorens tot aansprakelijkheid te kunnen besluiten. Vergelijk de hiervoor onder 11 vermelde rechtspraak. Ook hiervan kan worden gezegd dat het hof dit niet heeft miskend. In r.o. 4.7 van het arrest onderzoekt het of [verweerder] tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ed072e5326960a6dfb466e48940770f5d297aff90c28418d4f5dea736b8e59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ed072e5326960a6dfb466e48940770f5d297aff90c28418d4f5dea736b8e59, en de alinea staat in dat document op bytes 13112 tot 13961.