Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 1993

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 1993

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 1993, ECLI:NL:PHR:1993:55.

19. Het sub-onderdeel geeft evenwel niet aan welke door het hof vastgestelde omstandigheden de beslissing onvoldoende (begrijpelijk) zouden maken. Ik meen dat het daarop moet stuk lopen. Het hof heeft de feiten waarvan het is uitgegaan, vermeld in r.o. 3 van het tussenarrest en in r.o. 3 van het eindarrest. R.o. 3 tussenarrest verwijst met name naar r.o. 2.1 van het vonnis van de President, waarin deze een uitvoerige opsomming heeft gegeven van wat gebeurd is, meer in het bijzonder van het (brief)verkeer tussen partijen, de Deken, de Raad van Toezicht en het Buro voor Rechts- hulp. Waarom in het licht hiervan de beslissing van het hof onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd zou zijn, is mij niet duidelijk, ook niet gevoegd bij de vaststelling in appel dat de Raad van Toezicht inmiddels wel besloten heeft de declaratie van [verweerder] te begroten (wat hij tot dan toe niet gedaan had).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ed072e5326960a6dfb466e48940770f5d297aff90c28418d4f5dea736b8e59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ed072e5326960a6dfb466e48940770f5d297aff90c28418d4f5dea736b8e59, en de alinea staat in dat document op bytes 15578 tot 16485.