Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994, ECLI:NL:PHR:1994:13.
5. Over de hier aan de orde zijnde bijzondere vorm van uitreiking van een dagvaarding in het kader van het zgn. lik-op-stuk-(vervolgings)beleid van het openbaar ministerie heeft Uw Raad — in HR 29 juni 1993, NJ 1994, 68 m.nt. ThWvV — nog slechts zijdelings kunnen oordelen. In genoemde zaak was door het Hof in verband met de vraag of de verdachte tijdig hoger beroep had ingesteld (van een bij verstek gewezen vonnis) vastgesteld dat de — op dezelfde wijze als in de onderhavige zaak uitgereikte — dagvaarding in persoon was uitgereikt; Uw Raad achtte die vaststelling niet onbegrijpelijk. Aan een oordeel omtrent de juistheid van de toegepaste uitreikingsvorm kwam Uw Raad toen niet toe. Mijn ambtgenoot Leijten was overigens van mening — evenals annotator Van Veen — dat deze dagvaardingspraktijk ‘’niet door de juridische beugel kan’’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f498f9a997635f498b8cbc1f173f36825c6a9669effc0e4d9b55946edd4cf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f498f9a997635f498b8cbc1f173f36825c6a9669effc0e4d9b55946edd4cf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 9641 tot 10514.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f498f9a997635f498b8cbc1f173f36825c6a9669effc0e4d9b55946edd4cf8b | shasum -a 256