Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994, ECLI:NL:PHR:1994:13.

11. Het bovenstaande brengt mij tot de slotsom dat het Hof in zijn hierboven weergegeven overweging is uitgegaan van een juiste opvatting omtrent het bepaalde in de art. 589 en 590 Sv. Dat neemt echter niet weg dat er ook dan nog twee onvolkomenheden in het mede als akte aangemerkte proces-verbaal zijn aan te wijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f498f9a997635f498b8cbc1f173f36825c6a9669effc0e4d9b55946edd4cf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f498f9a997635f498b8cbc1f173f36825c6a9669effc0e4d9b55946edd4cf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 12803 tot 13135.