Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 1994, ECLI:NL:PHR:1994:13.

13. Art, 589 Sv heeft zijn huidige redactie gekregen bij de zgn. bezuinigingswet van 1935 (S. 685). Tot dan geschiedde betekening bij deurwaardersexploot (zie b.v. Blok-Besier, dl. III, p. 239 e.v.). Van een regeling waarin de uitreiking van gerechtelijke mededelingen aan de post werd overgedragen verwachtte men een bezuiniging van ƒ 200.000. Ten einde zoveel mogelijk te garanderen dat het stuk de betrokkene bereikte, diende de postambtenaar overal waar meer dan één bestelling per dag werd uitgevoerd, indien de betrokkene bij de eerste bestelling niet werd aangetroffen, het stuk in een volgende bestelling op te nemen, ten einde het hem in persoon uit te reiken (TK, no. 362, MvA, p. 47). ‘’De vermelding van het uur van uitreiking in de akte zal o.m. in staat stellen te controleren of de postambtenaar, bij uitreiking niet in persoon, werkelijk bij enige opeenvolgende bestellingen getracht heeft aan den betrokkene in persoon uit te reiken’’, zegt de toelichting op dit voorschrift (MvA, p. 48).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f498f9a997635f498b8cbc1f173f36825c6a9669effc0e4d9b55946edd4cf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f498f9a997635f498b8cbc1f173f36825c6a9669effc0e4d9b55946edd4cf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 13473 tot 14503.