Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994, ECLI:NL:PHR:1994:19.

(i) Het gaat hier om het civiele plafond van art. 3 VOA. Dat wordt bepaald door het bedrag dat de nagelaten betrekkingen, de voorzieningen van art. 2 weggedacht, als schadevergoeding hadden kunnen vorderen. De hoogte van de schadevergoeding wordt mede bepaald door de (hypothetische) omstandigheid of het slachtoffer al dan niet in de Vut zou zijn gegaan. Zou hij dat gedaan hebben, dan zou zijn inkomen en daarmee het bedrag dat de nagelaten betrekkingen aan levensonderhoud hebben gederfd, lager zijn geweest. Overigens gaat het hier niet om grote bedragen: het — hier relevante — netto-inkomen wordt niet veel lager, als men in de Vut gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bec710fe597bba3bfd01d6d520e127d984b3d6345cd8693a3cc6b754b3c3954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bec710fe597bba3bfd01d6d520e127d984b3d6345cd8693a3cc6b754b3c3954, en de alinea staat in dat document op bytes 14563 tot 15224.