Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994, ECLI:NL:PHR:1994:19.
In deze arresten is — voor zover hier van belang — geoordeeld dat in geval van een verhaalsactie op de aansprakelijke persoon niet ‘’een andere stelplicht en bewijslast rusten dan op hem zouden hebben gerust ware hij door de getroffene of diens nagelaten betrekkingen zelf aangesproken tot schadevergoeding.’’ De vraag is dus hoe het met stelplicht en bewijslast met betrekking tot de hertrouwkans zit, wanneer de weduwe zelf ageert. Ik zou menen dat uit de algemene regel van art. 177 Rv. voortvloeit dat het dan op de weg van de aansprakelijke persoon ligt om te stellen en eventueel te bewijzen dat de weduwe is hertrouwd of dat er een kans is dat zij dat zal gaan doen: deze beroept zich er immers op dat de aansprakelijkheid door hertrouwen is geëindigd of zal gaan eindigen. Men kan zich overigens afvragen, zeker wanneer het — zoals hier — om hertrouwkansen in de toekomst gaat, of strakke regels van stelplicht en bewijslast op hun plaats zijn. De rechter is immers bij de begroting van de schade niet gebonden aan de gewone regels van stelplicht en bewijs. Zie o.m. HR 18 april 1986, NJ 1986, 587 (G) en MvA II op art. 6:97, Parl. Gesch. blz. 339. De klacht faalt dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bec710fe597bba3bfd01d6d520e127d984b3d6345cd8693a3cc6b754b3c3954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bec710fe597bba3bfd01d6d520e127d984b3d6345cd8693a3cc6b754b3c3954, en de alinea staat in dat document op bytes 21049 tot 22257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bec710fe597bba3bfd01d6d520e127d984b3d6345cd8693a3cc6b754b3c3954 | shasum -a 256