Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 1994, ECLI:NL:PHR:1994:19.

(vi) In HR 4 november 1983 b.a. is een koppeling gelegd met pensioenvoorzieningen. Evenzo HR 13 december 1985, b.a., rov. 3.4. Ook ten aanzien van de vraag of de stiefkinderen een aanspraak toekomt, zou men zo een koppeling kunnen leggen. De Rechtbank stelt vast (rov. 1 onder e) dat ABP krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet (ABPW) uitkeringen doet ook aan de stiefkinderen. Zie art. G 7 van deze wet (waar overigens niet speciaal over stiefkinderen wordt gesproken, maar over kinderen waarover de ambtenaar de ‘’pleegouderlijke zorg’’ heeft). Vergelijk ook de memorie van antwoord in deze zaak blz. 10, waar wordt gezegd dat het pensioen voor de stiefkinderen op een rechtspositieregeling berust. Stiefkinderen kunnen dus aanspraak maken op pensioen op grond van de ABPW. Iets dergelijks geldt bij de AWW (art. 16 en 17) en bij de Algemene nabestaandenwet (art. 21 in verbinding met art. 4). Art. 1406 zou zich daarbij kunnen aansluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bec710fe597bba3bfd01d6d520e127d984b3d6345cd8693a3cc6b754b3c3954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bec710fe597bba3bfd01d6d520e127d984b3d6345cd8693a3cc6b754b3c3954, en de alinea staat in dat document op bytes 30620 tot 31589.