Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.
De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot goedkeuring van dit verdrag merkt daarbij op dat het kennen van de ouders niet ‘’mogelijk’’ is als de identiteit van een of beide ouders onbekend is gebleven, zoals wanneer het kind te vondeling is gelegd of wanneer sprake is van donorinseminatie. Kamerstukken II, 1992–93, 22.855 (R 1451) nr. 3, p. 18. Wat de toegankelijkheid van afstammingsgegevens betreft verwijst de memorie naar toekomstige besluitvorming in het kader van de parlementaire behandeling van wetgeving over donorgegevens bij kunstmatige inseminatie (ik kom daarop terug). De regering beschouwde art. 7 lid 1 van het Verdrag toen kennelijk niet als een instructienorm, die de Nederlandse wetgever verplichten zou de kans van het kind om zijn ouders te leren kennen zo groot mogelijk te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 15759 tot 16596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3 | shasum -a 256